Persoonlijke beschermingsmaatregelen

Werk je met farmaca, dan heb je altijd te maken met blootstelling. Dat kan via de ademhaling, maar ook via de huid plaatsvinden. Niet alle farmaca vormen een groot gezondheidsrisico, dit is afhankelijk van de intrinsieke eigenschappen van de bereidingsstof.

Wil je uitgebreide informatie? Kijk dan op de infobank, daar kun je de wetenschappelijke rapportages van TNO downloaden. Maar lees in elk geval de informatie over het huidblootstelling en de zin en onzin van het dragen van een bereidingsschort eens goed door.

3a. Zin en Onzin van het dragen van een bereidingsschort
Over het dragen van een bereidingsschort bestaan nogal wat onduidelijkheden. De ervaring leert dat veel assistenten het niet nodig vinden om een bereidingsschort en/of handschoenen aan te doen als zij niet bereiden met risicovolle stoffen. Dit is niet terecht.
Stofdeeltjes dwarrelen altijd door de lucht en slaan neer op je lichaam en kleding. Ook niet risicovolle stoffen kunnen een irriterende werking hebben voor jou en voor de mensen om je heen. Uit TNO-onderzoek blijkt namelijk dat je wel degelijk besmette stofdeeltjes meeneemt buiten de bereidingsruimte als je geen bereidingsschort en handschoenen aanhad. En bedenk je ook eens dat je die besmette stofdeeltjes mee naar huis neemt en je in dezelfde kleding waarmee je bloot hebt gestaan aan bereidingsstoffen thuis je partner, je kind of hond/kat knuffelt! Ook zij worden op deze wijze met bereidingsstoffen ‘besmet’!

Een andere veelgehoorde reden waarom assistenten geen bereidingsschort aan willen doen is omdat het ‘geen gezicht’ zou zijn. Dit is natuurlijk onzin, ook al zal een bereidingsschort de catwalk van Parijs wel nooit halen. Een bereidingsschort draag je niet om er charmant uit te zien maar draag je voor je eigen veiligheid en de veiligheid voor de stof waarmee je werkt.
Je kleding bestaat uit vezels die verschillende stofdeeltjes meedragen. Die stofdeeltjes doe je overal op, thuis en onderweg. Doe je geen bereidingsschort aan, dan komen er altijd stofdeeltjes uit jouw kleding in de bereiding terecht. Je snapt dat dit de kwaliteit van de bereiding niet ten goede komt.

3b. Huidblootstelling
Het zijn in het bijzonder de dermatica of huidpreparaten die een groot risico vormen om door de huid te dringen. Dit komt uiteraard omdat zij daarvoor ook worden bereid.
De huid is ons grootste orgaan en bestaat uit verschillende lagen:
  1. de epidermis (opperhuid), opgebouwd uit meerlagig epitheel en
  2. de dermis (lederhuid), bestaande uit collageen bindweefsel
De buitenste laag van de epidermis is het stratum corneum. Het stratum corneum is een sterk waterafstotende laag die ervoor zorgt dat hydrofiele stoffen slecht door de huid worden opgenomen. Penetratie door het stratum corneum verloopt daarom meestal tussen de cellen door.
Penetratie via de haarfollikels is sneller, maar in omvang veel kleiner vanwege het relatief geringe oppervlak van de haarfollikels. Ook het aandeel van het transport door de zweetklieren is beperkt. In de dermis lopen bloedvaten. Als stoffen hierin terechtkomen worden ze zo door het lichaam verspreid.

Opnamesnelheid
Er zijn verschillende factoren die de opnamesnelheid van het farmacon kunnen beïnvloeden:
  1. fysische en chemische factoren (zoals vetoplosbaarheid en grensvlakactieve stoffen)
  2. fysiologische factoren (zoals de plaats van de blootstelling en de toestand van de huid)
  3. technische factoren (denk hierbij aan bijvoorbeeld wrijving of het inmasseren waardoor de penetratiesnelheid wordt verhoogd, doordat de doorbloeding wordt gestimuleerd)
Wat kun je doen om huidblootstelling te voorkomen?
  • Gebruik altijd hulpmiddelen als spatels, lepels, e.d.
  • Volg bij morsen altijd de richtlijn 'schoonmaak en onderhoud in de apotheek' (te downloaden via infobank)
  • Maak besmette oppervlakken en gereedschap schoon
  • Vervang je handschoenen bij besmetting direct. Deponeer de gebruikte handschoenen bij gevaarlijk afval. Denk bij het uittrekken eraan dat de handschoenen besmet zijn. De buitenkant van de handschoen mag dus niet in contact komen met de huid of andere oppervlakken
  • Voorkom aërosolvorming zoveel mogelijk. Dat kan door niet te vernevelen, afgesloten van de omgevingslucht met de stof te werken (bijv. in een zuurkast of stofafzuigkast), gemorste stoffen direct op te ruimen en zo weinig mogelijk te spatten met vloeistoffen
  • Houd rekening met stoffen die kunnen neerslaan op het hoofd en de polsen. Zorg dan dus dat je altijd een schort met lange mouwen draagt en dat je polsen bedekt zijn. Draag op het hoofd een hoofdkapje
3c. Latexallergie
Latexallergie maakt een sterke opmars. Uit onderzoek blijkt dat al 15% van het personeel in de gezondheidszorg allergisch is voor latex en de verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal stijgen.

Wat is latexallergie?
Als je latexallergie hebt maakt je lichaam specifieke antistoffen aan tegen de allergenen uit latex. Wanneer deze allergenen via de huid in het lichaam komen herkennen die specifieke antistoffen deze allergenen en treedt een allergische reactie op.

Hoe herken je latex allergie?
Een latexallergie herken je door bepaalde klachten die ontstaan door de allergische reactie. De meest bekende klachten zijn: galbulten, jeuk en zelfs een astma-aanval.
Uit recent onderzoek blijkt ook dat door een zgn. ‘kruisreactie’, intolerantie voor bepaalde allergenen uit plantaardige voedingsmiddelen, kan optreden. Dit betekent dat de latexallergische reactie ook verantwoordelijk is voor een allergische reactie na het eten van bepaalde plantaardige voedingsmiddelen. Tot nu toe is dit bekend van banaan, avocado, kastanjes, exotisch fruit (papaja, mango, ananas, passievrucht, kiwi), perzik, boekweit en paprika.

Om latexallergie terug te dringen is het belangrijk om over te stappen op poedervrije of op non-latex handschoenen.

3d. Luchtblootstelling
Bij bereiden heb je altijd te maken met stoffen die door de lucht dwarrelen en neerslaan. Tijdens dat ‘luchttransport’ ademt iedereen die zich in de bereidingsruimte bevindt deze stofdeeltjes in.
Tegen het inademen van risicovolle stoffen kun je je adequaat beschermen, door het dragen van een masker, dat de schadelijke deeltjes uit de lucht filtert.

Er zijn verschillende typen maskers in omloop. De filtererende maskers beschermen tegen stofdeeltjes, gassen en/of stof. Ze zijn verkrijgbaar met of zonder inademventiel. De filterende maskers bedekken neus, mond en kin.
Filterende maskers met een stoffilter zijn bekend onder de zgn. P maskers, variërend van P1 t/m P3. Hoe hoger het nummer, hoe kleiner de deeltjes die worden tegengehouden.
De P aanduiding staat voor particle en geeft de efficiëntie van de filter aan.

Naast de filtrerende maskers zijn er de gasfilters. Gasfilters zijn bedoeld om je te beschermen tegen organische gassen en dampen, anorganische gassen, zwaveldioxide en ander zure gassen en dampen, ammoniak en organische ammoniaverbindingen, stikstofoxiden, kwik en andere specifieke gassen/dampen.
Werk je met stikstofoxiden of kwik, dan moet de gasfilter gecombineerd worden met een P3-filter.

Kijk voor meer informatie over luchtblootstelling en de verschillende maskers op de infobank. In het document richtlijn persoonlijke beschermingsmiddelen krijg je meer informatie.